Als je als zelfstandige software bouwt, apparaten ontwerpt of aan een eigen product sleutelt, is de kans groot dat je de WBSO kent als iets voor bedrijven met personeel. Een regeling voor werkgevers, met loonheffing en salarisadministratie. Dat klopt voor een bv. Maar voor een eenmanszaak of vof bestaat een eigen, veel eenvoudiger variant. Die levert een vaste aftrekpost op van bijna 16.000 euro per jaar, en bijna €24.000 als je net begonnen bent. Veel freelancers weten dat niet, en laten daardoor elk jaar een paar duizend euro aan belasting liggen.
Inhoud
Hoe het werkt WBSO als je geen personeel hebt
Het aanvragen van WBSO is bedoeld voor speur- en ontwikkelingswerk: werk waarbij je iets technisch nieuws maakt en vooraf niet zeker weet of het gaat lukken. Voor bedrijven met personeel vertaalt de overheid dat naar een korting op de loonbelasting. Voor een zelfstandige zonder personeel is er geen loonbelasting om op te korten. Daarom krijg je in plaats daarvan een vaste aftrekpost op je winst.
De bedragen voor 2026, volgens RVO, de dienst die de regeling uitvoert:
| Aftrek op je winst | |
| Zelfstandige | €15.979 |
| Startende zelfstandige | €23.975 |
De enige harde eis aan de omvang: je moet in het kalenderjaar minimaal 500 uur aan dat vernieuwende werk besteden. Maak je 500 uur of 1.500 uur, de aftrek blijft hetzelfde bedrag. Het is dus geen regeling die meegroeit met je uren, maar een drempel die je wel of niet haalt.
Wat het je netto oplevert, hangt af van je belastingtarief. Ruwweg: bij een winst in de middelste schijf houd je zo’n 5.000 tot 6.000 euro over, in de hoogste schijf richting 7.000 euro. Voor starters ligt dat tussen de 8.000 en 10.000 euro. Dat zijn bedragen die een zzp’er niet vaak van één formulier krijgt.
Voor wie het bedoeld is, en voor wie niet
Het gaat om technisch nieuw werk, met technische onzekerheid. Een paar herkenbare voorbeelden voor zelfstandigen:
- Je bouwt een eigen product of tool, en loopt tegen technische problemen aan waarvoor je geen kant-en-klare oplossing vindt.
- Je ontwikkelt voor een opdrachtgever een onderdeel waarvan de technische aanpak nog niet vaststaat, en jij bent degene die dat oplost.
- Je werkt aan hardware, firmware, algoritmes, of aan een koppeling die technisch nog niet bestaat.
Wat er niet onder valt: een website bouwen met een standaardpakket, een webshop inrichten, bestaande software installeren en configureren, of ontwerp- en marketingwerk. Vakmanschap is niet hetzelfde als speur- en ontwikkelingswerk. Het moet nieuw zijn voor jou en technisch onzeker, niet alleen ingewikkeld. Twijfel je of jouw werk telt, dan is dat de eerste vraag om te beantwoorden voordat je uren gaat tellen.
Werk je als zzp’er vanuit een bv, dan geldt deze variant niet voor jou. Dan loopt de WBSO via de loonbelasting over je eigen salaris als directeur-grootaandeelhouder, met de rekenregels voor werkgevers.
De kalender werkt anders dan bij een bv
Hier zit een verschil dat weinig mensen kennen. Een bv kan alleen per de eerste van een maand starten. Een eenmanszaak of vof kan elke dag een aanvraag indienen, tot en met 30 september. De uren tellen vanaf de dag dat je indient. Wat je vóór die dag deed, telt niet mee.
Dat heeft twee gevolgen. Ten eerste: dien in voordat je begint, niet als je al maanden bezig bent. Ten tweede: de 500 uur moet je ná je indiendatum en vóór 31 december halen. Wie half september indient, heeft nog ruim drie maanden om 500 uur te maken. Dat is bijna 35 uur per week aan vernieuwend werk. Voor de meesten is dat te krap. Dan is de aanvraag voor volgend jaar de betere keuze, en die kun je indienen zodra het loket voor het nieuwe jaar opent, meestal halverwege november.
De administratie die je moet kunnen laten zien
De aftrek is vast, maar de 500 uur moet je kunnen aantonen. RVO kan achteraf controleren. Het goede nieuws is dat de eisen voor een zelfstandige overzichtelijk zijn:
- Een urenregistratie. Per dag hoeveel uur je aan het WBSO-project werkte. Een spreadsheet volstaat, als je hem bijhoudt. Achteraf reconstrueren gaat bijna altijd mis.
- Een projectadministratie. Wat je hebt geprobeerd, wat werkte en wat niet. Denk aan ontwerpschetsen, testresultaten, een logboek. Voor wie software bouwt: je versiebeheer is een groot deel van dat bewijs.
- De melding achteraf. Na afloop van het jaar meld je bij RVO hoeveel uren je werkelijk hebt gemaakt. Kom je onder de 500 uur, dan vervalt de aftrek.
Wie dit gewoon dagelijks bijhoudt, is er tien minuten per week aan kwijt. Wie het laat liggen tot december, heeft een probleem.
Zelf aanvragen of laten doen
De aanvraag doe je via het portaal van RVO. Je beschrijft je project: wat je gaat maken, welk technisch probleem je oplost en waarom dat niet met bestaande techniek kan. Dat is in principe goed zelf te doen. Het vergt vooral dat je jouw werk beschrijft in de taal van de regeling, en dat is anders dan hoe je het aan een klant uitlegt.
Wil je het laten doen, kijk dan goed naar de prijs. Adviesbureaus rekenen vaak een percentage van het voordeel, maar bij een zelfstandige is het voordeel een vast bedrag, dus reken uit wat dat percentage in euro’s is. Er zijn ook partijen die een vast bedrag per jaar rekenen, zoals WBSO.ai, dat voor één persoon 1.400 euro per jaar vraagt. Zet dat tegenover de 5.000 tot 7.000 euro die de aftrek je netto oplevert, en bedenk hoeveel uur je zelf kwijt zou zijn. Dan weet je of uitbesteden voor jou de moeite is.
Drie vragen voordat je begint
- Haal ik dit jaar nog 500 uur na mijn indiendatum? Zo niet, richt je op volgend jaar en dien in zodra het loket opent.
- Is mijn werk technisch nieuw, of vooral vakkundig? Bij twijfel: beschrijf het technische probleem in twee zinnen. Lukt dat niet, dan is het waarschijnlijk geen WBSO.
- Hoe ga ik mijn uren bijhouden vanaf dag één? Kies één plek en één moment per dag. Dat is het hele systeem.
Voor een zelfstandige met een eigen technisch project is de WBSO een van de weinige regelingen die zonder personeel, zonder investering en zonder ingewikkelde constructie een paar duizend euro per jaar scheelt. De drempel is 500 uur en een aanvraag op tijd. De rest is bijhouden.